Zonparkiet

Zonparkieten

Nog steeds is de zonparkiet (Aratinga solstitialis) geen allerdaagse verschijning. Toen de Zonparkiet nog werd ingevoerd, werden vogels nog niet endoscopisch gesekst. Hierdoor kwam het vaak voor dat de aangekochte vogels 2 mannen of poppen waren. Daarnaast maakten de vogels veel lawaai. Hierdoor gingen de vogels vaak van hand tot hand en werden er weinig pogingen gedaan om er serieus mee te kweken. Inmiddels wordt er redelijk mee gekweekt en is de soort voor de Europese volières wel veilig gesteld.

De Zonparkiet komt uit Zuid-Amerika, is een aratinga en nauwverwant aan de Jendaya en Goudkaparatinga. De lengte is 30 centimeter en het gewicht is ongeveer 130 gram.

Ringmaat: 6 mm metaal (geen aluminium, want dan zijn de ringen na een paar jaar niet meer leesbaar). Leeftijd: verwachting meer dan vijftig jaar.

Het 2e jaar worden de vogels geslachtsrijp. Om het geslacht vast te stellen moeten de vogels endoscopisch gesekst worden. Op het oog is niet te bepalen wat de man of de pop is. Bij gebrek aan een partner van het andere geslacht komt het voor dat twee mannen of twee poppen zich gedragen als een koppel. Er wordt dan gevoerd en gepaard. In zo’n geval neemt de dominante vogel de rol van de man op zich. Als er meer dan 5 eieren komen, ga er dan maar vanuit dat het twee poppen zijn.

Zonparkieten

Als de vogels uitvliegen, lijken ze veel op Jendaya parkieten. De vleugels zijn nog volledig groen en het geel ontbreekt nog. Door een tekort aan een bepaalde voedingstof wil het nog wel eens vookomen dat de jongen bijna geel uitvliegen. Normaal gesproken komt pas na anderhalf jaar het geel en oranje door. De hoeveelheid oranje/rood kan per vogel verschillen. Er is aangetoond dat de rode kleur veel te maken heeft met de voeding die ze krijgen. Met het voeren van wortels zal de rode kleur toenemen.

Zonparkieten zijn levendige vogels en erg sociaal. Ze verzorgen elkaars veren en doen bijna alles samen. Het lawaai dat ze produceren kan een nadeel zijn. Vooral in een woonwijk kan dat voor een behoorlijke overlast zorgen. Het beste houdt men ze dan ook in een binnenvolière.

De vogels worden vaak zeer vertrouwd met hun verzorger. Ook nemen ze graag een bad. Als voeding kan men de vogels het beste een mengeling groot parkietenzaad met weinig zonnepitten geven. Daarnaast kan men ze fruit en groenvoer geven. Wilgentakken slopen ze graag. Tijdens de kweek dagelijks eivoer.