Agapornis Fisheri

Agapornis Fisheri

De Agapornis fisheri werd in 1887 ontdekt en werd naar zijn ontdekker dr. G.A. Fisher genoemd. Vandaag de dag behoren de Fisheri`s tot één van de meest gehouden Agapornidensoorten. De herkomst van deze dwergpapegaai is Noord-Tanzania, ten zuiden van het Victoriameer.

De man en de pop zijn ong. 15 cm lang. De pop is over het algemeen wat forse van bouw. Voorhoofd, wangen en bef zijn oranjerood. De bovenschedel is meer oranjerood overgaand in olijfgeel met een oranje waas. Vervolgens op de achterkop overgaand in een olijfgroenachtige kleur. De algemene lichaamskleur is groen, mantel en vleugeldek zijn donkergroen, op de onderborst, buik de flanken en de anaalstreek geelachtiggroen. Tevens doet het vleugeldek iets gehamerd aan. Grote vleugelpennen zijn donkergrijs en de stuit is dof grijsviolet. De snavel is rood met aan de basis een witte rand. De ogen zijn omgeven door een witte ring. De poten zijn grijs.

De Fisheri leeft in kleine groepen in Acacia begroeide savannen, en voedt zich daar hoofdzakelijk met graszaden. Ook worden ze wel aangetroffen in cultuurgebieden waar veel mais en millet verbouwd worden. De natuurlijke broedtijd valt tussen april en juli. De Fisheri broedt in kolonieverband. Ze nestelen in boomholtes, maar ook wel in holtes van schuren en gebouwen. In zo`n nestholte wordt met takjes een nestkom gebouwd.

Fisheri`s zijn sterke vogels. Tegen vorst zijn ze goed bestand, alleen wel opletten voor hun vleespoten die bijv. bij vochtige kou kunnen bevriezen met alle gevolgen vandien. Daarom is het beter om ze tijdens vorst binnen te houden. Alhoewel het een kolonievogel is zullen de vogels het bij ons in de voliere minder goed doen dan dat we de paartjes afzondelijk huisvesten in een broedkooi. Deze broedkooi moet minimaal 80 lang, 50 hoog en 40 diep zijn. Hierin geven we ze een broedblok van 25 lang, 15 hoog en 15 breed waarin ze met takjes van vooral wilgen een nestkom zullen bouwen. In die nestkom zal het popje doorgaans 3 tot 7 eieren leggen die gerekend vanaf het tweede ei na zo`n 21 dagen zullen uitkomen. Bij het uitkomen hebben de jongen een oranjeachtig dons, ringen kan men ze als ze 7 à 10 dagen oud zijn. Dit doen we dan met een ring van 4,5 mm. De jongen kan men naast een goed basismengsel voor grote parkieten maar zonder zonnepitten en een goed eivoer door de ouders groot laten brengen. Na plm. 5 weken vliegen ze uit en twee weken later zijn de jongen zelfstandig.

Net als bij de meeste Agapornidensoorten zijn er bij de Fisheri ook een aantal mutaties ontstaan, maar door bastaardering met de Personata is bijvoorbeeld de blauwe Fisheri gekweekt. Inmiddels kunnen wij bij de blauwe wel zeggen dat deze inmiddels als zuivere Fisheri is te krijgen.