Abessijnse groene astrilde

Abessijnse groene astrilde

De Abessijnse groene astrilde komt voor in Ethiopie, Zuid-Kenia, Tanzania en Oost-Mozambique. Ze leven op grote hoogten en in gebieden die begroeid zijn met laag struikgewas. Hun voedsel bestaat in het wild hoofdzakelijk uit graszaden en kleine insecten. Ze behoren samen met het Goudbuikje tot de kleinste Afrikaanse prachtvinken. En zijn ongeveer 8 cm. groot. Het popje is minder intensief van kleur dan het mannetje.

De Abessijnse groene astrilde is uitermate geschikt als voliérevogel. Het zijn lieve vogeltjes die gemakkelijk met ander niet al te agressieve prachtvinken gehouden kunnen worden. Opvallend is het tweekleurig snaveltje, de bovensnavel is zwart en de ondersnavel rood. Ze kunnen ’s winters niet in de buitenvoliére worden gehouden. Het beste is om ze ’swinters in een verwarmd verblijf te houden.

Als voeding geven wij een goede zaadmengeling voor tropische vogels, een goed samengesteld eivoer evt. met universeelvoer vermengd. Vooral in de periode dat de vogels jongen hebben is het belangrijk dat ze de beschikking hebben over dierlijke eiwitten. Extra dierlijke eiwitten kunnen vestrekt worden in de vorm van bijv. gekipte meelwormen, miereneieren en buffalowormpjes. Ook moeten de vogels dagelijk de beschikking hebben over bad- en drinkwater en mogen ook grit en maagkiezel niet ontbreken.

Abessijnse groene astrilde

Als ze in de buiten voliére zijn gehuisvest wil de kweek nog wel eens mislukken. Een koppeltje alleen in een vlucht of broedkooi geeft meestal betere resultaten. Ze maken het nest van kokosvezel, mos en veertjes. Het nest is bolvormig en heeft een kort insluipgangetje. Het popje legt tussen de 4 en 6 eitjes, die door beide vogels worden bebroed. Na plm. 12 dagen komen de jongen uit het ei. Na 7 dagen moet men ze ringen met een 2,0mm ring. Na ongeveer 3 weken vliegen de jongen uit. Hierna worden ze nog 2 weken door de ouders gevoerd alvorens ze zelfstandig zijn.